Vergilius (70-19 v. Chr.)

Hij schreef de Aneis (Romeinse tegenhanger van de Odysseus)

Opdrachten

Wat betekent de uitdrukking 'het paard van Troye binnenhalen'?

Van welke gebeurtenis is deze uitdrukking afgeleid? Beschrijf nauwkeurig.

Horatius Flaccus (65-8 v. Chr.)

Hij schreef het leerdicht: Ars Poëtica. De voornaamste stelling hieruit is dat literatuur zowel mooi moet zijn als iets te zeggen moet hebben. De renaissanceopvatting dat kunst waarschijnlijk moet zijn gaat ook terug op Horatius. Van hem zijn ook de uitspraken Carpe diem en Dulce est decorum est pro patria mori.

Opdracht

Op blz. 52 staat een fragment van het genoemde leerdicht. Bestudeer de tekst en schrijf op wat deze tekst eigenlijk betekent.

 

 

 

Ovidius Naso (43 v. Chr. - 17 na Chr.)

Schrijver van Metamorphoses (gedaanteveranderingen):een reeks van verhalende gedichten over over onderwerpen uit de Griekse mythologie. Deze mythologie heeft een enorme invloed gehad (en heeft nog steeds een enorme invloed) op de schilderkunst en de literatuur van de Renaissance tot  die van vandaag. In de middeleeuwen was dit boek al in vrijwel alle Europese talen vertaald.

Opdrachten 

Het thema van dit boek is dat niets bestendig is.  Op welke manier is dit tegenstrijdig met de slottekst van dit boek? (zie blz. 52).

Hebben renaissancekunstenaars het motief dat kunst eeuwig is, overgenomen? Geef voorbeelden.

Geef vijf citaten van Ovidius en leg uit wat ze betekenen.

https://citaten.net/zoeken/citaten_van-ovidius.html

 

 

 

.

Maak jouw eigen website met JouwWeb